De kwaliteit van het basketball dat een club haar leden kan aanbieden wordt door veel factoren bepaald. We willen het hier niet direct over verbetering van beschikbare financiële middelen of over de kwaliteit van accommodaties of andersoortige betere infrastructuur hebben. De bereidheid om meer met minder (te kunnen) doen, is in het basketball in ons land een conditie waar niemand aan voorbij kan gaan. Als we over basketballopleiding spreken, speelt de kwaliteit van het lesgevende kader binnen de vereniging een cruciale rol.

Decennia bestaat er een schrijnend tekort aan gekwalificeerde trainers. Opleiden is niet opleiden in het wilde weg. Het NBB cursusaanbod doet wat het kan, maar kent haar begrenzingen. Scholing vereist structuur. Cursussen voorzien hierin, maar kunnen de vraag niet gans afdekken. Veel wordt in de praktijk overgelaten aan de trainers en coaches zelf. Anderzijds kunnen ze niet gewoon voor de vuist weg maar wat aanrommelen. Niettemin moet elke beginnende coach gewoon ergens beginnen.

Na afronding van de verschillende coachopleidingen – en het uitreiken van de diploma’s – wordt de praktijk van begeleiding en scholing aan de betreffende trainers zelf overlaten. Trainers dienen – zo meen ik – hierin minstens een (volgende) handreiking te ontvangen. Extern vanuit de bond en intern vanuit de eigen vereniging.

Als er sprake is van een ‘Technisch plan’, een ‘Opleidingsplan’ of desnoods een ‘visiedocument’ binnen de eigen vereniging dan is dat zeker een belangrijkste eerste stap in de juiste richting. In de praktijk is het zo dat trainers hierin – vol goede bedoelingen – zelf de eerste stap moeten zetten. En dat is menen wij niet de juiste volgorde. Kwaliteitsscholing is niet het resultaat van de inspanning van een enkeling, maar de consequentie van de samenwerking, het gevolg van onderlinge actie en interactie tussen directbetrokkenen binnen een club. ‘Opleiding’ is voor het basketball, als wat het water voor alles is wat groeit en bloeit op aarde.

Vanuit het perspectief van de vereniging is het daarom even belangrijk als logisch dat opleiden plaats vindt in functie van de ‘basketballvisie’ van die club. Maar heeft de club wel een uitgesproken visie? Betreft die visie een voornamelijk topsport- of breedtesport gericht aanbod? Of is het een mix? Heeft de club überhaupt wel een eigen basketballvisie?

Het is één van de taken van een clubbestuur de technische commissie te vragen om haar basketballvisie te vertalen in een opleidingsvisie. We kunnen niet anders dan het volgende constateren. Bestaansreden nummer één van de meeste basketballverenigingen in Nederland is niet de ambitie aan een geprofessionaliseerde competitie deel te nemen, maar eerder de eigen jeugdopleiding te borgen en prioriteit te geven.

In Nederland heeft binnen talentontwikkeling elke leeftijdscategorie een eigen competitie. Voor elk wat wils dus. Binnen de regio’s van de NBB zijn er al vanaf ‘Onder 8’-leeftijdsgroep de Peanut-toernooien en vanaf ‘Onder 10’-leeftijdsgroep georganiseerde competities die doorlopen tot aan het seniorenniveau. Daarbovenop organiseert de NBB Nationale competities voor de ‘Onder18’- en ‘Onder 20’- leeftijdsgroepen. Ik pleit hier voor de wens dat clubs hun visie meer expliciet maken. In de context van een uitgebreider competitieaanbod kan de basketballvisie van club tot club aanzienlijk uiteenlopen.

Clubs werken al naar gelang de behoefte en meer of minder in samenspraak met de leden naar een gezamenlijk doel. Vanuit de visie kunnen in uiterste zin de inspanningen louter recreatief of extreem topsportgericht zijn. Ieder bewandelt hierbij zijn eigen weg. Zo kent de basketballsport als recreatiemiddel talloze mogelijkheden. Visie heeft volgorde. Je begint hierin met structuur. Hoe bouw je die uit?

Dan zoek je de juiste mensen die zich met de gekozen visie kunnen vereenzelvigen. De oplossing is beleidsmatig niet alleen de juiste personen te kiezen, maar vooral de potentiële problemen te onderkennen. Regeren is vooruitzien.

Hoe dan ook, de formulering van de basketballvisie kleurt de opleidingsvisie in. In de topsport kunnen drie elementen niet ontbreken. Wat zijn die drie belangrijkste peilers? Vanuit welke uitgangspunten wordt het sporttechnische beleid vorm gegeven?

  1. De speelstijl
  2. Het spelsysteem, basisformaties van waaruit gewerkt wordt
  3. Het hierbij passende spelerprofiel dat per positie in een team nagestreefd wordt.

Keuzes maken is evident. Bij het eerste element – speelstijl – is dat een keuze tussen:

  • Aanvallend of verdedigend spel?
  • Wil men het spel zelf maken of is men afwachtend?
  • Combinatie of direct spel?
  • Sterk om minder sterk gestructureerd spel?

Wat is speelstijl eigenlijk precies? Aan sommige clubs kleeft een zekere speelstijl zegt men wel eens. Fysiek? Tactisch? Die speelstijl is het resultaat van eerdere inspanningen. Ook clubcultuur en traditie zijn er het gevolg van. Maar we beperken ons hier tot speelstijl.

Een speelstijl kan zeker uiteen geplozen worden in aanvallende en verdedigende elementen. Het spelconcept ligt vaak in het verlengde van het begrip speelstijl. Het spelconcept is de uiteindelijke keuze die als meest geschikt wordt geacht om binnen de begrenzingen tot het beste resultaat te komen. Is er een uniforme speelstijl, dan wordt er eenduidig één spelconcept binnen de vereniging voor verschillende teams en leeftijdscategorieën gehanteerd.

Ad 2: Spelsysteem

Wat verstaat met onder spelsysteem? Een spelsysteem concretiseert de speelstijl van een team vanuit elementen als formatie, veldbezetting, beweging en spelorganisatie. Hierbinnen kan de aanvallende en verdedigende systematiek uiteenlopen van vrij to schematisch. Een waarschuwing: de kern van het basketball zit hem nooit in het systeem, maar in het speelse. Dat lijkt eenvoudig maar is het niet. Niettemin is spelsysteem van enorm belang binnen een opleidingsplan. Het geeft een referentiekader en houvast voor de invulling van personen en uiteraard is de keuze van belang om die kwaliteiten van personen tot ontplooiing te laten komen die binnen het spelsysteem passen.

Ad 3: Spelerprofiel

Met het formuleren van de specifieke taken, functies en verantwoordelijkheden van de verschillende spelers concretiseert de basketballvisie zich verder dan het spelsysteem dat doet. Speelstijl, spelsysteem en spelconcept verduidelijken de basketballvisie van een club. Uitgaande van deze basketballvisie worden de profielen van de spelers bepaald. Dat kan op verschillende manieren. Vormen de profielen van de hoogste seniorencategorie spelers het model naar beneden voor de jeugd (topdown)? Of wordt er van uit een duidelijke opleidingsvisie (bottom up) gestalte gegeven aan de verdere opbouw en invulling van de profielen van spelers.

Zo zijn er twee lijnen in functie waarvan er kan worden opgeleid. Veel clubs vergeten deze eerste bepaling duidelijk vast te stellen, waardoor later bedreigingen de kop opsteken. Bottom up kan leiden tot gebrek aan regie aan de top en Top down tot vereisten waaraan de gegeven kwaliteiten niet kan worden voldaan.

Een consistente opleidingsvisie haakt in op de basketballvisie binnen een club. Hierbij is mijns inziens het meest wenselijk een geïntegreerde benadering van de elementen van speelstijl, spelsysteem en profielbepaling.

Bij het hanteren van een evenwichtige opleidingsvisie speelt de basketballvisie een evidente rol. Zijn basketball- en opleidingsvisie strijdig dan leidt dit alleen maar tot verdriet, frustratie en ellende. Een consistente opleidingsvisie geeft meer ruimte dan beperking. Zonder de basis van een opleidingsplan wordt zelfevaluatie onmogelijk. Bovendien biedt het de mogelijkheid dit referentiekader te benutten voor coaching the coaches.

De opleidingsvisie vertaald in een concreet opleidingsplan geeft coaches op het veld een rode draad en een mogelijk handvat de eigen activiteiten de toetsen. Vragen die rijzen, kunnen hieraan gespiegeld worden en mogelijk beantwoord. Beantwoorden de inspanningen enerzijds aan de vooropgestelde spelersprofielen? Passen ze anderzijds in de basketballvisie van de club?

Veel amateurclubs spiegelen zich aan de prof organisaties. Soms is dat terecht. Vaker ook niet. Wat is het vertrekpunt? Heeft het opleidingsplan prioriteit? Bij de meeste profclubs wordt het opleidingsplan afgestemd op de speelstijl van het eerste team. Daarna wordt de visie vertaald in een opleidings spelsysteem, eventueel een opleidings spelconcept, waarbij ook nog eens methodiek en didactiek moeten aansluiten. Bij andere clubs hoeft dit model niet zaligmakend te zijn. Het vereist wel zelfstandigheid, inzicht en creativiteit van de kant van de opleiders.

Auteur:

Bewerkt door:

Dutch Basketball Coaches Association
Wattbaan 31-49, 3439 ML NIEUWEGEIN
The Netherlands
www.dutchbasketballcoachesassociation.nl
KVK 66336503